A peu près

Op 36.000 kilometer hoogte, à peu près, hangt een stuk techniek dat mij toelaat de Belgische radio en televisie te bekijken en te beluisteren naar hartelust. Dat is al drie jaar lang zo en was voor mij een geschenk uit de hemel. Nu weet ik dat de hemel 36.000 kilometer ver is. A peu près.

Van Kanaal 2 had ik nog nooit gehoord, Tom Waes was voor mij een nobele onbekende, het programma de slimste mens was een openbaring, de herhalingen van Alles kan beter waren voor mij volledig nieuw. Dus U ziet, keuze te over, ik leefde in de jaren stillekes op televisiegebied.

Dezer dagen loopt er een programma dat inspeelt op de crisis en de vereenzaming. Komen eten! is een prachtidee om met zijn allen samen goedkoper te eten en dat niet alleen te hoeven doen. De kijker wordt op de proef gesteld middels vier randdebielen die niets beter omhanden hebben dan naar kookprogramma’s te staren en denken: Alles kan beter.
Hier maken we er een familiespel van. De eerste die de kamer verlaat, braakt, een schoen in het telvisietoestel plant verliest. Tot hiertoe hebben we nooit het eerste reclameblok gehaald.

Gisteren meende een deelnemer van een boom te moeten vreten en vol overtuiging te declameren: Dit smaakt naar een Pommerol, St Emilion. Achteraf waren de glazen te klein, de borden te groot, de tonijn smaakte naar kalkoen en de gastvrouw was iets te veel afwezig naar zijn zin. Het mens stond te koken opdat gij uw buik kon rondvreten en achteraf uw krietiek kon uitbraken! Verder weet ik het niet want het kokhalzen deed mij alweer het onderspit delven in dit voor de rest leuke spel.

Behalve een prijs voor het koken is er nog een eervolle vermelding voor de diegene die het meest aantal keren het aanhangsel -tje uit zijn strot geperst krijgt. Veel vreet of drank kan daar volgens mij niet op tafel komen. Het zijn steevast: glaasjes wijn, visschoteltjes, dessertjes, mosseltjes, kreeftjes (terwijl er een knoert van een kreeft levend wordt gekookt), pladijsjes, aardappeltjes, stoofpotjes en andere kost met de plopafmetingen.

Gelukkig was er nog Plat préféré alwaar gekookte aardappelen met stoofvlees op het menu stonden.

Was getekend

Druk, druk, druk

Druk, druk, druk. Vooral in mijn kop dan. Want U denkt toch niet dat ik mij in het dagelijkse gewoel stort van mensen die menen altijd en overal ergens te moeten zijn? Neen, daar begin ik niet aan. Maar zo een drukte in de kop is ook heel stresserend. Stel U voor: Mijn kippen moeten gevoederd worden; de eieren die dat pluimvee produceert moeten verzameld en gebakken worden; de os en de ezel hun dagelijkse portie hooi en strooi moet aangevoerd worden; mijn jongste erfgenaam haar melk moet opgewarmd worden, ook moet zij nog vergezeld worden naar de dorpsschool; ik moet bijtijds rookwaren inkopen, nu en dan stoppen om die te consumeren; de buurman zijn koeien moeten gemolken worden, alhoewel ik daar eigenlijk nergens voor tussenzit; de pan waar ik zometeen het eten in zal knutselen moet gereinigd en gevuld worden met de juiste ingrediénten, liefst in die volgorde want anders wordt het een vieze soep en van vieze soep hou ik niet; bijtijds wil ik dan nog neerpennen wat er allemaal in mijn hoofd rondwarrelt, dus moet de computer aangezet worden; de generator, die zorgt voor voldoende stroom om dit te bewerkstelligen moet gecontroleerd worden op het voldoende brandstof hebben en mijn vrouw moet bevredigt worden.

Dus U ziet, ik ben geen luiaard.

Was getekend

Anderen

Soms vraag ik mij af of het wel gezond is om ganser dagen alleen op een berg rond te banjeren. ’s Ochtends verlaat iedereen de stulp en trekt richting waar hij of zij verwacht wordt. Dan pas begint mijn dag, ik word nooit ergens verwacht. Een voorraadje rookwaar, ramen open en piekeren, mijmeren, zingen, rondhuppelen, kippen voederen, nu en dan eentje slachten voor het middagmaal, nog meer rondlopen.

Waar is het allemaal goed voor? Zou ik niet beter ook zoeken naar een plek waar ik elke dag verwacht word? Want eigenlijk wordt ons zelfvertrouwen geregeerd door anderen. Anderen die hun zegen geven, anderen die afkraken, anderen die het als het erop aankomt het ook niet weten. Wie zijn dan wel die anderen die mijn zelfvertrouwen opkrikken of ondermijnen? Het zijn gewoon anderen die eigenlijk met hun gedachten en/of opmerkingen uit mijn wereld moeten blijven. Als ze dat niet doen zouden er ongelukken van komen.

Dus al bij al is het maar beter voor iedereen dat ik hier blijf. Het evenwicht zou kunnen verstoord worden.

Was getekend

Koeien en regels

Hij is er, hij staat er. De webstek van mij, en gans alleen van mij. Gekregen van Tom. Ondanks al zijn gezeik geeft hij mij zomaar gratis ende voor niets deze plek. Ziet U, de eeuwige twijfelaar in hem moet wel toegeven dat mijn waarheden als koeien, kudden vee zijn die het bij het rechte eind hebben. Dat er nu en dan zo een koe, lees gedachte, op hol slaat en een stampede veroorzaakt daar moet hij maar mee leren leven. “Regels moeten er zijn!” roept hij vertwijfeld uit als hij een onrustige koe opmerkt, lees gedachte, en dit is de laatste keer dat ik gedachte schrijf. Als U hem nu nog niet doorhebt dan surft U maar weg. Voor mijn part de oceaan over. Wel, mijn deerne heeft regels, één keer per maand als alles goed verloopt, ik niet. Waarom zou ik ze hebben? Tom zorgt wel voor de rompslomp. Zo gaat hij nu een boek schrijven. Hij noemt mij Van de Pot Gerukt maar meneer haalt het in zijn duffe kop “om een boek te schrijven”. Alweder zullen er allerlei regeltjes moeten gevolgd worden. De enige regels die ik wel eens zou willen zien zijn de geschrevene. Verras mij, kom maar op. En waag het niet deze stek te deleten. Ik weet waar je woont.

Was getekend

Verdedigen

Het zaaltje beschikte over weinig verlichting. De rookwalm kon mij wel bekoren. Het toeganskaartje dat in mijn poten geduwd werd na het betalen van 10 Euro deed mij denken aan de maaltijdticketjes uit de lagere school. Voor tien Euro mocht ik niet verwachten dat ik op de voorste rijen mocht plaatsnemen. Ik schuifelde tussen een massa mensen door, richting een vrije plaats op de tribune. Een soort ijzeren stelling waarop zitjes waren vastgevezen. Beneden, rond wat mij deed denken aan een boksring maar zonder de elastieken die moesten vermijden dat een deelnemer met zijn smoel uit diezelfde ring donderde, stonden stoelen. Daar zouden de maffiosi met dikke sigaren en knappe wijven wellicht hun stek hebben.

Het ongure volkje rondom mij had er plezier in. De een zag er al achterlijker uit dan de andere. Veel zin om mij breed te maken opdat ik iets meer zitplaats kon bemachtigen had ik niet. Geprangd tussen twee getatoueërde matrozen met armen als heipalen zorgden er wel voor dat ik rustig bleef.

Het rumoer steeg en verwerd tot een storm alsof Barcelona er eentje in had geknald bij Real Madrid.
Tussen de armen en de rook door probeerde ik de ring te zien. Toen mij dat lukte merkte ik ook het doek op alwaar een gevecht werd aangekondigd: Konttrappen contest!

De eerste deelnemer was een stevige, lange knaap. Gewapend met een paar voetbalschoenen voorzien van ijzeren noppen. De tweede kwam tussen de tribunes binnen als een echte boxer, met glitterende kamerjas, cape diep over het hoofd, het strijdtoneel opgehuppeld. Dat huppelen vond ik wel komisch. Het enthousiasme van de zaal bereikte ongekende hoogtes. Dit moest een kampioen zijn dacht ik zo. Het huppelen ging verder. Die knaap stopte niet. Toen hij met een theatraal gebaar zijn cape afwierp en uitdagend de zaal rondkeek begreep ik waarom. Hij had maar één been.

De wedstrijd eindigde onbeslist. De eenbenige zijn tactiek was volledig op verdedigen gestoeld.
Het leven zelve, dacht ik. Doen we dat niet allemaal?

Was getekend